Biologisch Tuinbouwbedrijf

 De Hippolytushoeve

Noorderbuurt 17

Westerland

 

 




SKAL 6199

 

En Verder....
 
 - Voorpagina -weekbericht - Recepten  - Bestelling & bezorging  -  Bestelformulier  -  Waar kunt u ons vinden  - En verder -
 
- februari 2012 -
 

Hiernaast geen vreemd schimmel en ook niet een vergeten kerstverlichting. Het is Nederland bij nacht. De foto is gemaakt door "onze ruimteheld" André Kuipers. Op het moment van het "shot" kroop Nederland ineen van de koude. Nachten van min 20 waren geen uitzondering. Het was de helderheid behorende bij de "winter of death" die hier eventjes aan Nederland snuffelde. Een prachtige foto, maar wel dankzij die bijna dodelijke helderheid. En ook was daar die Elfstedenkoorts. Ons "ruimtehoofd" André vloog zelfs apart nog  een keer over het friese merengebied en stuurde ons zijn bevindingen. Zet de muis op de foto en als je goed kijkt  zie je zelfs het veelbesproken zwarte gat van Balk waardoor de tocht der tochten geen doorgang kon vinden. Goed gedaan André. Het is ook heel leuk om te weten dat André zijn foto's naar ons toe stuurt om ons te laten beseffen hoe kwetsbaar onze wereld is. Maar hoe kwetsbaar is die wereld eigenlijk? Onderstaande foto heb ik genomen toen de "winter of death" een dag voorbij was. De klokjes kwamen te voorschijn toen de sneeuw in één dag gesmolten was. Maar voor dat de sneeuw was gevallen hadden ze eerst vijf nachten min 10 tot min 20 meegemaakt. Een wonder, dat ze dan weer meteen zo tevoorschijn komen. Nou ben ik niet direkt Piet Paulusma, maar ik heb zo het vermoeden dat het gat van Balk dit jaar niet meer dicht zal vriezen. En dat André vanuit de ruimte nu de lente gaat fotograferen.

 

 
-Terugblik op 2011 -
 

Het achterliggende jaar was - zoals elk jaar - heel bijzonder. In elk geval "teelttechnisch": Hiernaast ziet u bijvoorbeeld een foto van de pasgeplante boerenkool. We moesten ze beregenen met de slang, want anders zou het een drama geworden zijn...zo droog was het tot in de maand juli. Hieronder kon u reeds het verhaal lezen van de wortelen die er heel lang over deden en toch kwamen. Toen werd het begin augustus weer natter, veel natter. Een spannend filmpje over wat er werkelijk pal naast ons land gebeurde op 27 augustus spreekt boekdelen en  kunt u tp://youtu.be/wFyYhh2kQp8jken. Ons land liep wel niet onder, maar die nattigheid  betekende voor de wortelen dat ze - eenmaal gekomen - het niet zo diep hoefden te zoeken - gevolg: kortere wortelen dan vorig jaar. En wat betreft de aardappelen: Goed gegroeid in de ruggen - lekker veel - lekker groot - totdat ze in het hierboven getoonde geweld bloot spoelden - althans voor zover ze in de top van de rug zaten. Gevolg: veel groene piepers, wat vooral met de rode aardappelen moeilijk uitzoeken is. En met collega's waren we reeds eerder overeengekomen dat het geen sperciebonen-jaar was, en ook al geen tuinbonen-jaar. Het was ook al een raar sla-jaar enzovoorts, enzovoorts.....Moraal? Er bestaan geen gewone jaren, en dat is maar goed ook..elk jaar is een bijzonder jaar. Want achteraf sta je er toch van te kijken dat alles er toch gekomen is: bieten, wortelen, aardappelen, bonen, de boerenkool, en noem maar op. Het éne jaar wat meer, het andere wat minder, en dat is maar goed ook: Stel je voor dat we konden regelen wat we zouden hebben; Dan zouden we nooit tevreden zijn met wat we kregen. En daarom is een tuin ook zo leuk. Ook al baal je af en toe als een stekker wanneer het niet lukt met een bepaald gewas. Maar ook dat is elk jaar weer anders. Gelukkig.

 
- Heb je al wortelen? -
 
 

.....is op dit moment een veelgestelde vraag. Hiernaast ziet u twee foto's van het stadium waarin ze staan. Boven ziet u het stadium waarin ze hadden moeten verkeren, maar dit zijn zo de enige exemplaren op het hele land. De overige wortelen bevinden zich in het stadium zoals u ze daaronder ziet. De allereerste blaadjes die bovenkomen zien nog maar sinds twee dagen het daglicht.

 Nu is me ooit gezegd dat je als tuinder nooit wat "hebt" - althans daar nooit maar van uit moet gaan. En dit jaar werd me dat besef ten aanzien van de wortelen wel degelijk opnieuw ingeprent.

Gezaaid op de derde mei. Op de zelfgemaakte ruggen omdat ze dan - hoop ik - mooier van vorm worden. Door dat zelf maken van ruggen verstoor je wel de waterhuishouding - je onderbreekt de capillaire werking van de grond in de rug - en dat is natuurlijk met die droogte van de afgelopen tijd wel de goden verzoeken. 21 dagen is wel het uiterste dat je moet afwachten, zolang kan het zaad erover doen om te kiemen en boven te komen. Maar op 24 mei was er niets, nog helemaal niets, op dat bovenste groepje na. Ik vreesde dat het daar dit jaar bij zou blijven.

Maar op pinkstermorgen - zag ik dat die anderen ook doorkwamen. Dat de sprietjes zelfs met elkaar hele strepen vormden op de rug. Gelukkig had ik mijn gedachte om ze maar allemaal opnieuw in te zaaien onderdrukt.  

Nu nog eens terugtellend bleken de wortelen gekomen te zijn omstreeks de veertigste dag. Bijna tweemaal de tijd die het normaal neemt. Maar in dit jaar is er - qua landbouw - weinig normaal. Het getal van de dagen was eigenlijk wel toepasselijk. Dat wordt in andere verbanden wel gebruikt voor zaken die met geduld te maken hebben.     

 

 

 
- Een historisch moment-
 
Een historisch moment.....

... het regende - op maandag 9 mei 2011 - twaalf uur twaalf om precies te zijn. Er viel water op het land; gedurende tien volle minuten. De buienradar bood het vooruitzicht dat er waarschijnlijk deze zelfde dag nog wat méér zou vallen, geschatte tijd 15.30 uur, maar..dat laatste kwam niet uit, het bleef bij die éénmalige happening van net na noen.

Bijgaande foto is niet die van dat historische moment, maar wel van plantjes die daar om stonden te springen. De komkommer en de suikermais. Inmiddels zijn ze dan toch maar uitgeplant. Weer of geen weer. Verenigd met de sla, de andijvie, de aardappelen, de bospeen, de wortelen en al die andere plantjes of ter kieming gelaten zaden, allemaal even hard aan het strijden om water dat (nog) maar niet van boven kwam. Dat je dan toch gewoon maar plant is alsof je kinderen de harde wereld instuurt om het vanaf dat onafwendbaar moment zelf te laten uitzoeken. Je kunt ze niet thuis laten (staan). Dat moment gaat niet zonder de zorgelijke vraag of het wel goed zal komen.

En toch zien we ze groeien, en groter worden. Waar ze het nu precies vandaan halen....je kunt het je haast niet voorstellen met die droogte. Diep uit de bodem? Uit nachtelijke condens? Uit de lucht waar toch altijd nog wat waterdamp in zit? Je staat er bij te kijken; het groeit toch, het ten hemel schreiend geklaag der mensen over droogte desondanks.

Ik weet zelf nooit zo goed wat ik moet vrezen als het heel erg droog is, ook niet als het vreselijk regent trouwens. Elk type weer heeft haar voor- en nadelen. In een droog jaar worden planten uiteindelijk sterker, minder vatbaar voor ziek en zeer. In een nat jaar komen er weer meer kilo's aan een produkt, tenzij de boel verzuipt. Je weet nooit van te voren wat het zal worden. Misschien is het meest historische moment nog wel het moment dat je toch maar gewoon begint met zaaien of planten, zonder de afloop te weten; dat je het maar gewoon dóet. En wat het weer betreft: Wat zijn nu de beste jaren?  De beste jaren zijn die jaren, die komen zoals ze komen. En daar is dit jaar, met tot nu toe 100 millimeter tekort aan regen, er ongetwijfeld één van. 

   
 
- maart 2011 -
 
 
Het kwam er weer van - het voorjaar! Na een winter die volgens ervaringsdeskundigen langer was dan anders, eerder begon, wéér heviger ingreep in de samenleving dan vroeger, kon ik dan eindelijk het ploegijzer weer door de grond trekken. Hierboven, met trekker en ploeg geleend van Bram en Ilse van de Buitenplaats, gaat de grond "om" - 30 centimeter diep. Ik heb mijn eigen "éénschaartje" nog niet, zodat het fiatje het werk zou kunnen doen. Ploegen is altijd leuk werk, vooral wanneer het recht gaat, de grond om komt te liggen als basterdsuiker, wanneer je achteromkijkend ziet dat de voren weer mooi aanéénsluiten, als wat er nog opstond onder komt (op de foto gebeurt dat net met de prei van vorig jaar), en zéker wanneer je werkend omringd wordt door de meeuwen die als de kippen bij de wormen zijn. "Goeie grond" denk je dan "veel wormen". Meeuwen storten zich achter de trekker als gekken op het land  en maken een hoop herrie, en trakteren je ondertussen flink op hun uitwerpselen.  Misschien dat ik volgend jaar - als ik wel dat één-schaartje heb achter het fiatje, dat geen dak heeft zoals deze Ursus, me bedenk dat ik een no-fly-zône had moeten instellen met een bombardeerverbod voor meeuwen. Zit er daarentegen een kievit op je land, die wacht tot je langs komt, die doet een stapje achteruit, vervolgens een paar stapjes naar voren en pikt er dan de wormen uit om eigenlijk een nog veel versere keus te hebben dan de meeuwen. Soms is deze hele coalitie plotseling een tijd verdwenen, dat ik denk "zijn er geen wormen meer?" Maar dan is er gewoon ook ergens een andere boer aan het ploegen, of is er iets lekkers op het Wad. Ze houden een hele grote buurt goed en gemakkelijk in de gaten. Zo zie je maar, als je aan het ploegen bent is er ook tijd om te beschouwen. En ondertussen komt je land er "als nieuw" bij te liggen. We gaan nu natuurlijk percelen uitzetten, veel stokjes en linten, en inzaaien - als eerste zijn de tuinbonen aan de beurt. En zo komt alles weer in wording - hoewel dat altijd weer sneller gaat dan je bij kunt houden.
 
- september / oktober 2010 -
 
Igor, Julia,....en dan ook nog Karl!

De weerman zegt dat het misschien wel een mooi nazomertje gaat geven omdat er momenteel drie orkanen op de Atlantische Oceaan huishouden. Hun samenspel zou met een klein beetje "geluk" in onze regio voor enige rust kunnen gaan zorgen. Een vreemde gedachte, dat het elders woedend tekeer moet gaan, zodat wij nog net op tijd, door het oog van de naald, de aardappelen  kunnen oogsten. Op dit moment zie je veel aardappelvelden waar de boer niet anders kan doen dan het graven van een geul langs de akkerrand, zodat het water wat er ligt misschien een beetje wegloopt. Je laat het wel uit je hoofd om er nu met een zware machine in te gaan omdat je dan de situatie alleen maar erger maakt. Ziet u dus een boer met een schep, dan ziet u zorgen. Misschien dat ons bovengenoemde, in alfabetische volgorde razende drietal, voor verbetering zorgt. Het is te hopen dat ze op zee blijven, zodat ons geluk niet afhangt van de verwoestingen elders.

Gelukkig kunnen wij zelf - wat betreft de aardappeloogst - omdat we zo klein zijn - al snel het land op. Eén dag droog weer doet hier al wonderen. Zo lukt het ons nog steeds om de wekelijkse hoeveelheid aardappelen die we nodig hebben te oogsten; met een heel klein machientje achter de tractor dat de ruggen losschudt; door het uitrapen met de hand - heel " ambachtelijk" op de knietjes; om daarna de oogst een tijdje te laten drogen op een ouderwets horretje (bouwjaar 1923), waarna we ze kunnen inpakken en rondbrengen. Opmerkelijk: Een aardappel droogt werkelijk heel snel als deze de kans krijgt. Maar om alles in één grote slag binnen te halen wachten we toch, net als alle andere boeren, op die nazomer, op dat ten onze bate samengaan van Igor, Julia en Karl. Bizar is het eigenlijk wel.

 

   
En verder..

...kijken we met veel plezier terug op de open dag: alweer drie maanden terug. Gelukkig hebben we dankzij een aantal bezoekers de foto's nog. En foto's helpen altijd weer om optimistisch te blijven.

Het was een heldere, strakke, warme. zomerse dag. We konden het niet beter treffen. 65 belangstellenden, waaronder ook veel kinderen. Ons "Perron" (de overkapping voor de schuur) was voor de ontvangst en de versnaperingen en het uitrusten na de rondleiding ingericht met zitjes en tafeltjes. Een gezellige aanblik. Men dacht vanaf de snelweg vast:"Aha, een nieuw etablissement op Wieringen". We konden een aantal rondleidingen door de gewassen geven waarvan er één zeker meer dan een uur geduurd heeft. Zó groot kan dan toch een kleine tuin zijn. Jaap Engel - de imker - had een indrukwekkende, open bijenkast neergezet, waarin de koningin met stip(zie foto), en bracht met zijn uitleg toch wederom de bevestiging van de wetenschap dat het fenomeen "bijen" ons verstand zeer te boven gaat. Zo alles met elkaar was het een hele mooie en geslaagde dag, waarvan wij zelf in elk geval vonden dat we dat volgend jaar absoluut weer willen organiseren.

 

   
   
   
   
   
   
Ondertussen....

..kijken we alweer terug op een groeiseizoen. Wat gaat dat eigenlijk snel. Ter illustratie daarvan hiernaast  nog een foto van de sperciebonen om te laten zien hoe snel het groeit, maar ook weer gaat. De stokken waren in een mum van tijd bezet door de planten, die op een bepaald moment met ruim 15 tot 25 centimeter per dag groeiden. De bonen zijn inmiddels zoveel mogelijk geoogst, maar een eigen "Igortje", maakte daar halverwege de maand augustus een abrubt eind aan. Een soort "ground zero" bleef er van over.Toch hebben we nog liefhebbers voor de inmiddels grote uitgegroeide bonen, dus laten we dat restant nog even staan. Die zijn voor de zelfpluk op zaterdag.

  

Voor ons uit ligt nu nog de oogst van de aardappelen, de wortelen, de rode bieten, de pompoenen, de schorseneren, de bloemendaalse gele kool, de rammenas, en de prei (maar die duurt nog even). Het was niet de mooiste zomer die we ons konden voorstellen - hij was toch wel wat nattig om het achteraf wat zacht uit te drukken. Klimaatsverandering? Niets groeit zonder water, maar het water lijkt tegenwoordig wel erg geweld-dadig. Dat Igor, met zijn Julia nu ook nog met Karl de Atlantische Oceaan opzuigt en weer ergens neer doet komen is - in dat gelijktijdige - een zeldzaam verschijnsel. Maar 't is ons geluk als dat een redelijke nazomer teweegbrengt. De gedachte blijft wel nog wel even bizar.
 
- juni 2010 -
 
Open dag - zondag 4 juli a.s.

Op zondag 4 juli aanstaande willen wij u uitnodigen om een kijkje te komen nemen op het bedrijf. We houden dan een open dag tussen 10.00 en 16.00 uur.

Het heeft een tijd geduurd voordat we dat eens aandurfden. Op een dergelijke dag wil je wel dat de gewassen er zo voor staan dat het geheel "toonbaar" is. We achten dat nu het geval. En het lijkt ons ook geweldig leuk om het u allemaal eens van dicht bij en op lokatie te laten zien.

Hier rechts de sperciebonen in opkomst. De groei lijkt wat vertraagd, maar dat kan komen door de kou die de afgelopen - inmiddels snel vergeten - tijd stelselmatig is geweest. Daarbij hebben we ook te maken met de droogte die op dit moment nog wel even lijkt te duren. Aan beide faktoren kunnen we (gelukkig) zelf weinig doen, hoewel de foto's onder toch suggereren dat de groei ondanks de omstandigheden gewoon haar eigen gang gaat. Links de snijbiet centraal en rechts de tuinbonen die over een week of drie oogstbaar zullen zijn. Daar onder een view op de wortelen, de rode bieten en de aardappelen. Wat de laatste betreft: Op de veelgestelde vraag of we "ze" al "hebben" kunnen we antwoorden dat we hopen dat we midden juli met het oogsten van de rode Raja en de Agria kunnen beginnen.

De beloofde webcam - zie onder april / mei: Daarvan is alleen een eerste en een laatste foto overgebleven. Het bleek toch heel moeilijk om dat wekelijks goed bij te houden, de weersomstandigheden wisselden heel sterk, en het cameraatje waarmee ik de foto's probeerde te maken heeft zijn tijd ook wel gehad. Maar een verschil tussen begin en eind is duidelijk waarneembaar.     

Hopelijk tot ziens op zondag 4 juli aanstaande.

 

 
 
 
 
- februari / maart 2010 -
 
Kosmisch.

Is dat niet mooi? De foto hiernaast is gemaakt met medewerking van zoiets als de NASA - en laat een deel zien van het heelal - mogelijk een paar miljard lichtjaren van ons verwijderd.  Wat we zoal kunnen waarnemen: Complete sterrenstelsels, zwarte gaten, wormgaten, gaswolken, uit elkaar getrokken materie die ook vervolgens  weer inéén wordt geperst. In deze peilloze totaliteit is onze aarde misschien wel het meest onbetekenende stipje. Dat besef ontketent in ons een dringend verlangen: Zou daar ergens ver weg niet ook nog een teken van leven te ontdekken zijn? En zo ja, hoe ziet dat er dan uit? Wij willen dat graag weten want dat helpt ons verder met de vraag "Hoe is het mogelijk....,hoe zijn we toch allemaal ontstaan?" En we willen dat antwoord nog snel krijgen ook, want dat heelal breidt zich nog steeds uit. Voor dat we het weten zijn we te laat. Laat ons toch nog iets over dat leven - daar ver weg - ontdekken, in 's hemelsnaam.

Ontdek het hier en nu:  Zet uw muis op de afbeelding en u ziet het positief van de foto: Een close-up van een pompoen die de winter niet meer heeft overleefd. Primaire levensvormen ontfermen zich inmiddels over de vrucht en breken haar weer af, zodat de honderden zaden die ze nog heeft opnieuw een kans zouden kunnen krijgen; ultiem kenmerk van het leven. Maar voordat het echt helemaal zover kon komen heb ik de hele voorraad pompoenen die me nog restte geruimd en aan de koeien gegeven. Het heeft hen inmiddels goed gesmaakt. 

 

 
Hier, rechts, een door mij waargenomen planeet. Ze barst van het leven, want...gebruik alweer uw muis...dit is weer een andere pompoen in voorjaars-tenue op weg naar een volgende levensfase; de ontbinding die voor haar eigenlijk heel normaal is in februari, althans aan onze kant van de evenaar. Ondergang en opkomst. Doorgang van het leven.

Zo zien we maar, hoe kosmisch het leven zich vlak onder ons neus voltrekt.

 

 
   
 
- januari 2010 -
 

 

Het nieuwe jaar.

Even een klein fotootje van het landje zo ongeveer vlak voor de kerstdagen. We hadden dus wel degelijk een wittige Kerst, iets dat zeer zelden voorkomt. Zó wit was het dus  - om niet te vergeten. En het zag er mild uit. Later werd het nog witter, doch minder mooi en prettig. Voor zover het nog harder sneeuwde, regende het meteen ernstige weers-waarschuwingen. Sneeuwduinen maakten de wegen onveilig en onbegaanbaar. Zelfs op onze Noorderbuurt kwamen mensen met hun auto vast te zitten, hetgeen elders in Europa ook het geval bleek te zijn. Zo zie je maar, je hoeft niet eens zover over de dam voor een welhaast continentaal gebeuren: Europa "in de ban van de winter". Gruwelijke foto's heb ik deze tijd niet willen maken - het wit kan je ook teveel worden.  Gelukkig: De dooi nu schijnt weer de overhand te krijgen, en we zien na een ruime maand gelukkig weer eens wat groen, hoewel dat groen er nog wat kledderig en plakkerig uitziet. Jammer voor wie graag diep in februari nog een Elfstedentocht had willen ontberen, maar wat ons betreft houden we de winter liever maar weer voor gezien.

 

De foto rechts laat zien hoe één en ander weer met kleur uit de barre winter tevoorschijn komt. In dit geval gaat het om de Bloemendaalse Géle kool. Een soort Savoye, maar dan niet donkergroen. Je kan zien dat de "dieren des velds" er ook interesse in hadden, gezien de afgegeten bladeren aan de zijkant. Ook het wild moet op een of andere manier de winter door zien te komen: Niets is per slot van rekening helemaal voor een mens zijn zelf. Toch hebben de hazen en de duiven in die harde-witte-koude-tijd nog genoeg voor ons laten staan, want van wat je hiernaast ziet kan je - zolang de voorraad strekt - nog een heel knap kooltje maken. Tekenend vind ik zelf, dat, tegen de donkere achtergrond van de schuur, en tegen de nog  donkergrijze kleur van de lucht, het géél er zo uitknalt: De kleur van de Hóóp. Meestal beginnen de lentegevoelens pas te kriebelen wanneer de narcissen bloeien. Maar wij denken al weer aan de lente die komen gaat als we zien hoe de Bloemendaalse kool de donkerste dagen heeft overleefd. Een hoopvoller start van het komende jaar, door middel van deze kleur, kunnen we elkaar eigenlijk niet wensen.   

 
- december 2009 -
 

         De vrouw uit Broek.

In het kaasmuseum in Alkmaar valt een serie van 24 paneeltjes te bezichtigen waarop diverse vrouwen uit Noordhollandse steden en streken zijn geportretteerd. Deze serie is heel oud - de schatting is dat de werkjes in de eerste helft van de zestiende eeuw zijn geschilderd. Ze zijn van één maker doch ongesigneerd; dat laatste schijnt helemaal te pleiten voor een zeer hoge ouderdom van de schilderijen.

Eén van de geportretteerden ziet u hiernaast: "Broker Vrou". Zeer aannemelijk dat het gaat om een vrouw uit de streek ten noorden van Alkmaar - het huidige Broek op Langendijk - de streek die al tijdens de middeleeuwen bekend moet hebben gestaan als plaats waar bij uitstek (de) groenten werden geteeld. En zoals de vrouw hier staat afgebeeld zal het toen een bekend verschijnsel zijn geweest: Een vrouw uit Broek die haar groenten verkoopt.

Deze afbeelding had al wat langer een apart plekje in onze winkel, maar tot voor kort hadden wij slechts de beschikking over een zwart - witte versie. Maar tot mijn grote vreugde vond ik recent op de website van het bovengenoemde Kaasmuseum déze afbeelding - in kleur. En zó heb ik deze dame ook onmiddellijk haar plaats hergeven: Nu in haar kleurrijke schittering.

  • De vrouw wijst op iets: Ieder zal dat in deze tijd meteen herkennen als uien; nog steeds een prominent onderdeel van ons aller dagelijks voedsel. Het toeval wil dat we binnen de voormalige stalruimten waarin zich onze winkel bevindt veel van de uien precies zo ophangen als op dit portret: In bossen en strengen. Nog steeds één van de beste methoden om uien na de oogst te laten drogen en voor lange tijd te bewaren. Daar kan geen droogwand met vocht-sensoren en computergestuurde ventilator tegenop. Dat kan zo natuurlijk niet massaal - met duizenden tonnen tegelijk - maar dat is onze bedoeling ook niet. We willen net genoeg hebben voor de eigen afzet, en dan is die oude bewaarmethode doeltreffend genoeg.

 

  • In het mandje liggen wortelen, maar of het winterwortelen zijn zoals wij die kennen is de vraag. Oranje penen waren omstreeks 1500 nog niet zo heel wijd en zijd verspreid in Europa. Het is waarschijnlijker dat het hier gaat om pastinaak. Tegenwoordig beschouwd als een "vergeten groente", maar in de middeleeuwen waren pastinaken dagelijkse kost, net als die uien. Later is deze groente qua gebruik ingehaald door de aardappel, maar in de tijd dat de dame uit Broek werd vereeuwigd, was de aardappel in Europa nog net zo onbekend als de maker van het schilderij nu is. Het voedingsgehalte van pastinaak was - en is nog steeds - zeer groot. Dat de schilder oog had voor detail blijkt ook door het plukje loof op de wortel helemaal rechts; precies zoals het is geschilderd, groeit het nog steeds zo door bij een pasgeoogste pastinaak. Het leven zit er nog in, een goed teken.

 

  • De vrouw ziet er bepaald niet afgetobd of ondervoed uit. Ze heeft blozende wangen en nog hele mooie kleren ook. Ze heeft zelfs wat sieraden als ik het goed zie. Ze lijkt dus toch met de - ik schat - 15 kilo groenten die ze (uit)draagt - de kost voor zichzelf en haar achterban bij elkaar te kunnen scharrelen. En dat terwijl er van bestrijdingsmiddelen of kunstmest - in onze tijd beschouwd als basisvoorwaarde voor alle welzijn en overvloed - geen sprake geweest kan zijn.

Ik ben niet geheel ongevoelig voor nostalgie. Maar dat is niet de belangrijkste reden om de dame haar plaats in de winkel te geven. Het schilderij brengt toch ook een feest van herkenning om de bovengenoemde punten. Daarom hangt ze er niet zozeer om te adoreren hoe het vroeger was - wij leven echt heel veel later. Maar ze hangt er misschien nog het meest omdat ze met haar vinger wijst op de dingen die eigenlijk niet veranderen - zoals die uien en die pastinaken. En ook vanwege het feit dat het weinige dat zij te bieden heeft voor velen toch genoeg kan zijn. Misschien is dat laatste wel weer een van de grootste vraagstukken van déze tijd.

 
- oktober 2009 -
 
 
Buitenaardse wezens maken vaak graancirkels - zeggen ze. Dat is dan blijkbaar het enige wat ze kunnen, want voor de rest doen ze nooit wat. Zo heb ik de pompoenen uiteindelijk maar zelf op deze hopen gelegd - als voorbeeld - als signaal naar de kosmos - mochten ze vanuit andere sterrenstelsels meekijken. Mijn interstellaire - enigszins overdreven - boodschap: "Wezens, doe de volgende keer eens wat nuttigs en doe het dan zo!"  De  pompoenen liggen hier op hopen zodat ze éven van de grond af zijn en de "ligplekken" nog iets droger worden dankzij de wind. Twee, drie dagen hooguit, want ze moeten naar huis voordat de nachten te koud worden. Op deze manier bij elkaar gelegd "raapt" het ook nog iets makkelijker. Stuk voor stuk, kist voor kist. Het was overigens echt een prachtige zomer voor pompoenen. Deze foto is nog maar een tussenmoment van de oogst. Maar wel absoluut een plaatje waard, zo met die felle kleuren.
 
En zo - het Fiatje met een platte wagen uit 1938 ervoor - twee bijgeknutselde kuubskisten - de nodige ochtendgymnastiek - worden de pompoenen naar huis gereden, om vervolgens in de bewaring te worden opgeslagen. Hier ligt nu plus minus een kwart van de oogst. Bedoeld voor consumptie - niet zo zeer voor de mooiheid bij voordeur of op de vensterbank. 
 
 
 
- augustus / september 2009 -
 
 

Zoals het elders "komkommertijd" kan zijn is het bij ons weer eens "pompoenentijd". Omdat we een relatief droge periode tijdens de groei hebben gekend hebben de pompoenen zich goed kunnen vormen,en naar het lijkt zal hun houdbaarheid daardoor waarschijnlijk heel goed zijn. Pompoenen houden van warmte. Op de foto hiernaast ziet U het resultaat van de eerste oogst: Slechts 2 a 3 meter van de zijkant van het veld ligt daar nu te drogen.

Helemaal aan het einde van dit "pompoenenlaantje" ziet U twee bijenkasten van onze Imker - Jaap Engel. Hieronder een foto van dichtbij. 

 

 

Nog wezenlijker voor pompoenen dan temperatuur, is bestuiving van de bloemen. Is er geen bestuiving, dan komt er geen vruchtbegin. En daartoe komen de kleine hulpkrachten uit deze kasten. Geen bijen, geen pompoenen.....dat kun je nog scherper stellen: Geen bijen, dan begint er helemaal niets. Nu zijn alle vruchten wel begonnen en ook uitgegroeid, maar het werk van de bijen gaat nog wel even door. Er dient nectar  te worden ingevlogen. Hiernaast het platform voor aankomst en vertrek van een nijver volk. Het is druk op de basis.  Eigenlijk is Schiphol daarbij vergeleken maar een zeer saaie luchthaven met haar maximum van één aankomend en één vertrekkend vliegtuig per 45 seconden. Hier zijn op een plateautje van 30 bij 50 centimeter op het moment van de opname 58 bijen in de weer, om te lossen of er weer vandoor te gaan.Wijs met de muis op de foto en "spot" een landende en een vertrekkende bij.  Wie weet hoeveel keer dit gebeurt, per bij, per dag - en dat zeven dagen in de week. 

Het resultaat van deze onderneming kent u uiteindelijk ook als de Honing van Wieringen. Van de Pompoenkavel - en van een flink gebied daaromheen uiteraard - is Jaap reeds aan het "slingeren". Wie weet geeft ons veldje pompoenen aan die honing ook weer een specifieke smaak.

 

 

 
Zuid-Frankrijk? De druivenpluk? Welnee: Dit is de sperciebonentijd op de Noorderbuurt. In het vorige seizoensverslag ziet u een foto van 7 juni j.l: De stokken nog helemaal kaal. En nu, 78 dagen later, zijn de planten menshoog en nog langer. Wat wil de boon? Tot in de hemel reiken! Hier verrees de Neckar Königin - direkt linksonder in detail - een lange, donkergroene boon waarvan menigeen zich afvraagt of het niet een snijboon is. Toch zijn het echte sperciebonen.

 Rechts van de sperciebonen de venkel met haar anijsgeur, en daarnaast alvast een voorproefje van de winter: Wortelen en prei, in sterke ontwikkeling - wat vliegt de tijd! Per slot zit de R.  volgende week ook alweer in de maand.

 
 
- juni/juli 2009 -
 

Het kost in theorie maar een duizendste seconde om een foto te maken, zoals ik in de voorgaande maand - (april !) - had beloofd. Maar in de praktijk kan zoiets heel wat langer duren. Hiernaast ziet u de eerste stellage voor de sperciebonen. De eerste bonen zijn inmiddels gezaaid. Het witte dat u op de grond ziet liggen is een vliesdoek dat bedoeld is tegen "inlopend gevogelte". Heel hard nodig, want al meteen tijdens het zaaien werden we begeleid door Moeder Merel die, waar we ook graven en de grond bewerken, altijd met ons meescharrelt op zoek naar wormen. Ze heeft een nest onder het afdak en vier hongerige jongen houden haar flink aan het werk. "Gezellig" denk je dan, als ze zo met je meehipt, totdat we plotseling een aantal bonen naast het zaaibed zagen liggen. Er paste maar één conclusie: De zopas gezaaide boontjes waren door de mevrouw in kwestie in een mum van tijd  uit het zaaibed gesnaveld en, omdat het geen voedsel voor haar jongen bleek, achteloos ter zijde geworpen; om nooit meer tot kieming te komen. De natuur is keihard. Vandaar die witte constructie. Als de plantjes groot genoeg zijn weet Moeder Merel wel dat ze daar niet mee hoeft thuis te komen. Dan kan het vliesdoek er wel weer af.

 

Over constructies gesproken: Het stevig aan elkaar binden van die bamboestokken is ook nog een apart vak. Vorig jaar knoopten we met van alles en nog wat, en nog gleden de bamboestokken langs elkaar en leek het geheel niet erg bestand tegen inwaaiend gestorm. Maar, via een zeer uitvoerige padvinders-website, hebben wij daar gelukkig wat op gevonden: De Constrictor - een verbindingsknoop waarmee je zelfs een piano naar de bovenverdieping van een flatgebouw kunt takelen: Die Padvinderij is lang zo gek nog niet. Laat de natuur het nu maar uitproberen. Wij hopen in elk geval dat door deze constructie de Neckarköniging, want dat is de naam van deze spercieboon, zich langzaam maar zeker - zoals een Boa - om de stokken gaat kronkelen en ons dit jaar weer die mooie, lange, donkergroene bonen zal brengen.

 

En dan nog iets over de tuinbonen. Dit is het stadium waarin ze er nu voor staan. Hieronder een tikkeltje ingezoomd om uw en ons geduld nog heel even op de proef te stellen. Een minuscuul boontje dat zich na de bloei begint te vormen. Nog niet veel groter dan een lucifer. En dan maar hopen dat er bij al die oostenwinden met dat mooiere weer geen luis inslaat, maar daar is in principe de Dille voor bedoeld die u op de linker foto onder het gewas ziet. 

   
Een geduld dat ook op de proef wordt gesteld is dat der aardappelen. Rechts ziet u het gewas van de Raya die we naast de Agria weer telen. De plant komt al tot ver boven de knieën, maar de pieper eronder doet nog geen duim. Maar dat zal midden juli hopelijk wel anders zijn.
   
- april 2009 -
 
April....doet wat hij wil....dat merken we aan de warme dagen die er nu toch óók zijn. Het was een lange, koude winter. Niet dat we maanden achtereen met de arreslee erop uit moesten, maar we hadden wel erg lang koude nachten terwijl het overdag maar een tikkeltje boven de nul uit kwam. Hoewel het op die manier allemaal wat later leek te worden, konden we toch in de laatste week van maart de tuinbonen zaaien en de eerste plantuien in de grond zetten. En de knoflook. En de eerste sla zaaien. En - precies zoals je het wenst - in de eerste week van april de aardappels planten. De natuur herstelt zichzelf dus blijkbaar. Eigenlijk is het toch wel wonderlijk dat alles weer op één en hetzelfde moment kiemt en uitloopt, begint te bloeien en niet - om maar wat te noemen - een maand of drie later. Bijvoorbeeld - een gekke gedachte - omdat de natuur (wat dat ook moge zijn) de recessie (wat ook dat moge zijn) even afwacht, even haar krediet op slot zet, ons niet(s) meer durft te lenen, of eerst met een voltallig kabinet tot een akkoord moet komen, om ons dan pas toe te roepen :"Met zijn allen!"...."Samen!"...."Het had wat tijd nodig, maar dat was toch nodig om tot deze gezamenlijke ingreep te komen die op lange termijn haar vruchten zal moeten afwerpen!" Nee, zo doet de natuur dat gelukkig niet. De natuur heeft zulks gelukkig lekker niet nodig. Zie immers de vogels. Zie naar de bloemen. Die beginnen allemaal  gewoon weer opnieuw..als de omstandigheden gunstig zijn weliswaar...maar dat is eigenlijk altijd weer gewoon zo, rondom deze(lfde) tijd.