Biologische
landbouw en voeding
(Publicatie Wikipedia)
Biologische landbouw en
voeding is een verzamelnaam voor
landbouwmethoden en voedingsmiddelen die voldoen
aan bepaalde eisen op het gebied van milieu,
natuur en landschap, het welzijn van dieren en
productiemethoden. In Nederland wordt ook het
woord ecologisch gebruikt en de Engelse
term is organic. Deze termen verwijzen
naar dezelfde landbouwmethoden, waarvan de
minimale eisen internationaal zijn
overeengekomen en vastgelegd.

De eisen gelden op
het gebied van:
-
certificatie en toezicht
-
plantaardige landbouw
-
veehouderij
-
bereide voedingsmiddelen
-
import
In sommige gevallen kan men zeggen dat de biologische landbouw zoveel mogelijk gebruik maakt van technieken en methoden van vóór 1900 toen kunstmest en chemische bestrijding in opgang kwamen. In andere gevallen daarentegen is biologische landbouw juist uiterst modern en innovatief. Een voorbeeld daarvan is bijvoorbeeld het gebruik van sluipwespen voor het bestrijden van ongedierte in kassen of het gebruiken van branders voor onkruidbestrijding in plaats van chemische herbiciden.
Kenmerken van plantaardige landbouw
Kenmerk van die landbouwmethoden
is dat er gepoogd wordt te werken met zo weinig
mogelijk milieubelastende middelen en methoden.
Hierbij staat het bodemleven centraal, wat op
zijn minst verstoord, zoniet vernietigd wordt
door kunstmest (of drijfmest) en pesticiden,
vandaar het verbod op het gebruik hiervan. Het
organische stofgehalte speelt hier een
belangrijke rol, en moet (in de meeste gevallen)
opgedreven worden. Men noemt dat ook wel
duurzame landbouw want de ecologische
efficiëntie wordt opgedreven, doordat men poogt
de synergieën met het (te stimuleren) bodemleven
maximaal te benutten. Indien juist toegepast,
verbetert de bodemvruchtbaarheid, en dus ook de
opbrengst, jaar na jaar, na de omschakelings-
(en bodemherstel)periode. In de plantaardige
landbouw zijn er de volgende belangrijke
verschillen met de gangbare landbouw:
Het
gebruik van bestrijdingsmiddelen
Er
worden geen chemisch-synthetische
bestrijdingsmiddelen gebruikt. Alleen bij acuut
gevaar voor de teelt mogen
niet-chemisch-synthetische
gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt.
Vooral in de biologische
fruitteelt
kan men in de meeste gevallen nog niet zonder
gewasbeschermingsmiddelen. Toegestane middelen
zijn:
-
zeep
-
minerale olie
-
ijzerfosfaat
-
bacteriepreparaten
-
kopersulfaat (in Nederland verboden, maar in andere landen toegestaan)
-
pyrethrine
Genetisch gemodificeerde gewassen
Het gebruik van genetisch
gemodificeerde gewassen is in de biologische
landbouw niet toegestaan.
Het
soort gewas en de manier van verbouwen
Methodes die worden gebruikt in
de biologische akkerbouw en tuinbouw om het
gebruik van bestrijdingsmiddelen te voorkomen
zijn onder meer een keuze voor resistente rassen
en vruchtwisseling waarbij gewassen minder
frequent worden geteeld.
In plaats van een
schema van twee jaar, gebruikt men
vruchtwisselingschema's van vijf tot zeven jaar.
Bij optreden van ziekten of plagen oogst men
soms vroeger. Belangrijk is om te werken aan de
weerstand van planten door overmatige bemesting
te vermijden. Soms passen biologische telers
biologische bestrijding toe.
Kunstmest met uitzondering van kieseriet mag niet worden gebruikt, mest uit andere veehouderijsystemen, zoals gangbare een scharrelveehouderij zo min mogelijk. Onkruid wordt voor een groot deel met de hand of machinaal bestreden. Ook heeft een biologische boer hier vaak een wat hogere tolerantiegrens voor.
Veel biologische boeren zijn ook in andere opzichten anders dan gangbare boeren met de landbouw bezig. Zo hebben ze vaker een gemengd bedrijf (zowel akkerbouw als veeteelt) en besteden meer arbeid en tijd aan natuurontwikkeling op het bedrijf.
Kenmerken van veehouderij
Ook zijn er tal van regels over
de wijze waarop er met dierenwelzijn omgegaan
wordt.
Leefomstandigheden
Het aantal vierkante meters dat
een dier tot zijn beschikking heeft is groter,
er zijn beperkingen van het op stal zetten en
varkens, koeien en kippen beschikken over
daglicht en hebben een uitloop naar buiten.
Afbranden van snavels bij kippen en het
staartknippen bij varkens is niet toegestaan.
Voeding
Dieren moeten, waar mogelijk,
gevoerd worden met biologisch geproduceerd
diervoer. Alleen als er niet voldoende
biologisch voer beschikbaar is, mag door de
veehouder ander voer ingekocht worden, dit komt
zelden voor.
Medicijnen
Het gebruik van groeihormonen
tijdens het productieproces is verboden. Dit is
bij alle veehouderij methoden verboden.Antibiotica
mogen niet preventief worden toegediend, maar
alleen wanneer een dier ziek is.
Kenmerken van bereide voedingsmiddelen
Bedrijven die biologische
voedingsmiddelen willen bereiden dienen in het
bezit te zijn van de juiste certificaten. Er
moet een duidelijke administratie bijgehouden
worden van biologische grondstoffen die
binnenkomen, en biologische producten die
geleverd worden aan bijvoorbeeld winkels of
andere bedrijven. Biologische levensmiddelen
moeten gescheiden worden opgeslagen van
niet-biologische levensmiddelen, en de
productielijnen moeten goed schoongemaakt
worden, zodat er geen besmetting plaatsvindt van
de biologische levensmiddelen met reguliere
levensmiddelen. Biologische voeding mag geen
chemisch-synthetische geur- kleur- en
smaakstoffen bevatten en ook geen
conserveringsmiddelen. Ook zijn er strenge eisen
aangaande de etikettering.
Omvang

De biologische landbouw groeit
langzaam. De groep consumenten, die biologisch
geproduceerd voedsel koopt, neemt toe. Naast
natuurvoedingswinkels bieden ook supermarkten
een steeds uitgebreider assortiment biologische
producten aan. Het ministerie van Landbouw,
Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) verstrekt
subsidies zodat boeren en tuinders makkelijker
om kunnen schakelen naar de biologische
productiemethode. LNV heeft het streven om de
consumptieve bestedingen aan biologische voeding
te laten groeien naar 5% van de totale uitgaven
aan voeding in 2007 en het biologische
landbouwareaal naar 10% van het totale
landbouwareaal in 2010.
In 2004 was het marktaandeel van biologische voeding 1,8% en het biologische landbouwareaal 2,5% van het totaal.
Specifieke problemen
Onderzoek over het al dan niet
gezonder zijn van biologische producten versus
producten uit de gangbare landbouw staat nog in
de kinderschoenen. In 2005 werd uit onderzoek
uitgevoerd door het Louis Bolk Instituut
duidelijk dat biologische zuivel meer
gezondheidsbevorderende stoffen bevat dan zuivel
uit de gangbare landbouw. Het Ministerie van
Landbouw, Natuurbeheer en Voedselveiligheid
heeft in dat jaar ook budget gereserveerd voor
nader onderzoek. Overigens is het niet alle
consumenten van biologische producten te doen om
een betere kwaliteit van de producten. Een
aantal van hen koopt biologisch enkel of ook
vanwege het duurzame productieproces, en niet
(alleen) vanwege de veronderstelde positieve
effecten van het eindproduct op gezondheid of
smaakbeleving.
De afstemming tussen aanbod en vraag is moeilijk: boeren die hun producten biologisch willen afzetten komen soms op een wachtlijst te staan of moeten hun biologische producten als gangbaar verkopen tegen lagere prijzen.
Uit diverse onderzoeken blijkt dat burgers vaak een natuur- en diervriendelijke landbouw wensen, waarbij men aangeeft dat men bereid is hier een meerprijs voor te betalen. Het consumentengedrag blijft daar vaak bij achter: vaak wil men een product toch tegen een zo laag mogelijke prijs en kiest men dus liever voor goedkopere producten uit de gangbare landbouw. Niettemin groeit de markt voor biologische producten fors, zeker als je deze groei afzet tegen het klimaat in supermarkten waar de focus sterk op prijs is komen te liggen. actuele cijfers over de markt van biologische producten zijn te vinden op de website van het Platform Biologica.
Biologische landbouw en de milieu- en
voedselproblematiek
Vaak wordt zonder meer aangenomen dat biologische landbouw de enige manier is om op een milieuvriendelijke wijze voedsel te verkrijgen. De biologische landbouw is op bepaalde vlakken wel minder belastend voor dier en milieu dan de gangbare landbouw. Door critici worden kanttekeningen geplaatst bij biologische landbouw.
-
Kunstmest mag niet worden gebruikt, en de boer staat enkel dierlijke mest en compost ter beschikking. Om dit te verkrijgen is veel extra land nodig. Landbouwgrond, zelfs biologische landbouwgrond, is veel minder rijk aan plantensoorten dan bijvoorbeeld tropisch regenwoud of Hollands moerasbos.
-
Door gebruik van natuurlijke meststoffen is het moeilijk de dosering af te stemmen op wat het gewas nodig heeft. Op momenten dat het gewas veel voedingsstoffen nodig heeft ontstaat een tekort waardoor de opbrengst lager wordt. Aan de andere kant is er een overschot aan meststoffen op het moment dat het gewas minder hard groeit. Deze meststoffen spoelen uit de bodem en komen terecht in het grond- en oppervlaktewater, waar het een vervuilende invloed heeft.
-
De biologische landbouw is niet efficiënt genoeg om de hele wereldbevolking van voedsel te voorzien.
Bovenvermelde elementen worden echter weerlegd met feiten als:
-
het hongerprobleem in de wereld is geen kwestie van tekorten, maar een probleem van verdeling en distributie; en
-
de gangbare landbouw erkent inmiddels meer en meer de zogenoemde 'kraamkamerfunctie' van de biologische landbouw (dus een methode waarin nieuwe technieken en methodes uitgeprobeerd kunnen worden) en neemt inmiddels technieken en methodes over om tot een milieuvriendelijkere gangbare landbouw te komen
(Bron voor deze alinea: NRC Handelsblad, 19 april 2005: Verbeter vooral de gangbare landbouw – Voedselvoorziening noch milieu gebaat bij biologische landbouw. Door Louise Fresco, Rudy Rabbinge en Joost van Kasteren)
Misverstanden
De afkorting ‘bio' voor biologisch veroorzaakt verwarring met de begrippen bio-industrie (intensieve veehouderij) en biobrandstoffen (brandstoffen op plantaardige basis). Is een bio-kip een biologische geteelde kip of een kip uit een legbatterij? Heeft bio-ethanol een EKO-keurmerk? Om nog maar niet te spreken over bio-smeermiddelen.
Het is beter om het woord ‘biologisch' niet af te korten. Eventueel kan de aanduiding ‘EKO' (altijd met hoofdletters) gebruikt worden als afkorting aangezien dit keurmerk in Nederland een dominante marktpositie heeft.
In kranten en tijdschriften worden vaak de begrippen ‘biologisch' en ‘biologisch-dynamisch' verward. Afgezien van de definitieverschillen is de biologisch dynamische landbouw qua areaal zeer veel kleiner dan de biologische landbouw.
Keurmerken
-
Het EKO-keurmerk wordt toegekend door Stichting Skal, die zorg moet dragen voor de naleving van de principes die voorgeschreven zijn voor biologische landbouw. Dit keurmerk geeft aan dat het een biologische bedrijf is, kortweg gezegd zonder dat bestrijdingsmiddelen of kunstmest worden gebruikt.
-
Het Demeter-keurmerk geeft aan dat er gewerkt wordt volgens biologisch-dynamische principes, gebaseerd op de antroposofie van Rudolf Steiner.
-
Milieukeur is een Nederlands keurmerk gebaseerd op regelgeving die minder streng is dan bijvoorbeeld de biologische landbouw.
-
Het Belgische BIOGARANTIE-keurmerk wordt toegekend door BLIK en ECOCERT

